4. De zorg voor de kinderen

4 De zorg voor de kinderen

 

4.1 De opvang van nieuwe leerlingen in de school

 

Aanmelden leerlingen

U kunt het hele jaar uw kinderen op school aanmelden. Lopende het schooljaar kunt u hierover contact opnemen met de directeur. Voor de aanmelding van nieuwe leerlingen voor de jongste groepen wordt een speciale informatie-/kennismakingsavond gehouden. Tijdens deze avond, die we in dit schooljaar gepland hebben op donderdagavond 15 maart 2018, krijgt u een schoolgids, aanmeldingsformulier en verdere relevante informatie. Het ingevulde en ondertekende aanmeldingsformulier dient u, met een kopie van het burgerservicenummer van uw zoon/dochter, voor 1 april in te leveren op school. Over de definitieve datum van plaatsing van de leerling krijgt u nader bericht van school.

Op de eerste schooldag van uw kind ontvangen we graag de vooraf aan u verstrekte formulieren ‘leerlinginformatie’ en ‘ouderverklaring vaststelling leerlinggewicht’ retour.

 

Voor- en vroegschoolse educatie (vve)

  1. en vroegschoolse educatie houdt in dat kinderen op jonge leeftijd meedoen aan educatieve programma’s. De doelstelling van het vve-beleid is om de ontwikkeling van kinderen vanuit achterstandssituaties zodanig te stimuleren dat zij hun kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijk carrière vergroot. De Doornveldschool onderhoudt contacten met de plaatselijke peuterspeelzaal ‘Spelenderwijs’.

De plaatsing van een kind op school

Na het bereiken van de vierjarige leeftijd mag uw kind vanaf de eerste maandag van de maand, die volgt op de maand van de verjaardag, naar school. Voorafgaand aan deze instroomdatum mag uw kind nog twee keer een halve dag komen kijken. Hierover ontvangt u bericht van de groepsleerkracht.

Degenen die in de zomervakantie of in de eerste week van het nieuwe cursusjaar vier jaar worden, mogen direct hele dagen beginnen. Leerlingen die voor 1 oktober 4 jaar worden, mogen maximaal tien dagdelen de lessen bijwonen.

Voor de vierjarige kleuters die op of na 1 oktober geboren zijn is er een schoolbezoek regeling. Een maand voor de vierde verjaardag wordt uw kind uitgenodigd om twee dagdelen op school te komen. (Uw kind is leerplichtig vanaf de vijfde verjaardag.) Bij de start na de kennismakingsdagen kiest u of uw kind een hele week (acht dagdelen) naar school komt of alleen vier morgens (vier dagdelen). In de eerste week van maart hebt u de mogelijkheid om uw keuze te wijzigen. Tussentijds wordt er niet gewijzigd om regelmaat en ritme in het klassengebeuren te houden. De keuze is aan u, na overleg met de leerkracht.

Blijkt in de loop van dit leerjaar dat het kind zich voldoende ontwikkelt om mee te gaan naar groep 2, dan is dat mogelijk. De leerkracht volgt de ontwikkeling van het kind zorgvuldig aan de hand van de ‘ontwikkelingsleerlijnen jonge kind’ en met behulp van de Cito-toetsen Taal voor kleuters, Rekenen voor kleuters en eventueel de toets Ruimte en Tijd. Uitsluitend als het kind voldoet aan de vastgestelde criteria voor overgang naar groep 2, gaat het kind na (een deel van) groep 1 over.

In de praktijk blijkt dat het vaak wenselijk is niet te snel over te stappen naar groep 2. Het kind kan het in veel gevallen sociaal-emotioneel nog niet aan om al mee te draaien op het niveau van groep 2 en daarna al op circa 5 jaar en 9 maanden in te stromen in groep 3.

En voor alle duidelijkheid willen we u erop wijzen, dat direct acht dagdelen in groep 1, vanaf

bijvoorbeeld november niet automatisch betekent dat uw kind aan het einde van de instroomgroep ook doorgaat naar groep 2. Alleen als het voldoet aan de vastgestelde criteria. We moeten hier zorgvuldig mee omgaan, omdat in de praktijk blijkt dat een te jonge instroom in groep drie nogal eens sociaal emotionele zorgen geeft.

 

4.2 Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school

Om de ontwikkelingen en de leervorderingen van uw kind te volgen, wordt - naast de beoordeling van het dagelijks werk - gebruik gemaakt van een observatie- en toetssysteem. In de groepen 1 en 2 wordt de ontwikkeling van de leerlingen gevolgd aan de hand van de ‘ontwikkelingsleerlijnen jonge kind’. De verzamelde gegevens geven een beeld van de ontwikkeling van uw kind en geven de leerkracht zicht op de aandachtspunten voor de verdere ontwikkeling. De sociaal-emotionele ontwikkeling voor de kinderen van de groepen 1 tot en met 8 wordt jaarlijks gevolgd door middel van het pedagogisch leerlingvolgsysteem ‘Zien’.

Daarnaast is er voor de groepen 1 tot en met 8 een leerlingvolgsysteem waarbij elke leerling enkele malen per jaar objectieve, niet-methodegebonden toetsen maakt om de vorderingen voor lezen, taal en rekenen vast te leggen. Deze informatie geeft aanwijzingen op welke onderdelen speciale aandacht gegeven moet worden. Het school evaluatie instrument van ons leerlingvolgsysteem helpt ons als schoolteam zicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs en deze zo mogelijk te verbeteren.

 

De verslaggeving van gegevens over leerlingen door de groepsleerkracht

Van elk kind worden gegevens bewaard in een leerlingendossier. Hierin worden die zaken opgenomen die in de verdere schoolloopbaan voor de leerlingen van belang kunnen zijn. Dit betreffen gegevens van toetsuitslagen, rapportcijfers, gezinsomstandigheden, verslagen van contactavonden, medische gegevens en dergelijke.

 

Teamleden die in de school de vorderingen van de leerlingen doorspreken

De interne begeleider heeft minimaal tweemaal per jaar een bespreking met de leerkrachten over de vorderingen van het kind. Deze besprekingen zijn vooral gericht op extra zorg die nodig is voor het kind. Naast de voortgang ten aanzien van het leren komt hier ook het welbevinden van de leerlingen aan de orde. Daarnaast hebben we zorgvergaderingen waarin met het team de zorgleerlingen besproken worden. Hierbij vindt een probleembespreking plaats waarna een hulpplan wordt opgesteld. Dit hulpplan wordt 6 weken uitgevoerd en daarna geëvalueerd. Indien nodig herhaalt zich deze procedure.

 

4.3 De wijze waarop het welbevinden en de leervorderingen van de kinderen besproken wordt met ouders

Contactavond

Vier keer per jaar worden er contactavonden gehouden. Voor elke ouder wordt minimaal tien minuten spreektijd gereserveerd. Als u één of meer leerkrachten wenst te spreken over de resultaten van uw kind(eren), kunt u dat kenbaar maken door middel van een briefje dat uw kind van school meekrijgt. Deze briefjes dienen door het oudste schoolgaande kind meegenomen te worden en dienen uiterlijk de woensdag voorafgaande aan de contactavond ingeleverd te zijn. U krijgt dit briefje donderdags – ingevuld met de tijd waarop u verwacht wordt – geretourneerd.

Het briefje geeft u overigens geen enkele verplichting; het is alleen bedoeld als herinnering. U bezoekt de contactavond wanneer u het raadzaam acht of wanneer wij het nodig vinden.

 

Mochten er speciale problemen zijn, dan neemt de leerkracht contact met u op en worden er nadere afspraken gemaakt over de contacten tussen school en ouders.

 

Rapporten

De ouders krijgen een rapport over de vorderingen van hun kind vanaf groep 3. De rapporten worden drie maal per jaar meegegeven.

Als u het rapport ingezien hebt, dient u op de daarvoor bestemde plaats een handtekening voor gezien te zetten.

 

Informatieplicht

Iedere ouder heeft in principe recht op alle informatie over zijn of haar kind. Dit geldt ook de ouders die gescheiden zijn en die allebei het gezag hebben over de leerling. Ouders die geen gezag (meer) hebben over het kind, hebben ook recht op informatie over hun kind (artikel 1:377 C van het Burgerlijk Wetboek), maar deze ouder zal daar echter wel zelf om moeten vragen.

4.4 De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften

De extra zorg binnen de groep

Wanneer een leerling een beperkte extra-zorgbehoefte heeft, richt de leerkracht het onderwijs voor deze leerling anders in. Dit gebeurt na overleg met de interne begeleider en het vastleggen van de aanpassing in een hulpplan.

Het hulpplan bevat de volgende componenten: de probleembeschrijving, de periode van de hulp, het doel van de hulp, de werkwijze, de uitvoerende persoon, de organisatie en het moment van evaluatie. Hulpplannen worden in het leerlingenarchief bewaard. De interne begeleider kan de schoolbegeleider of de orthopedagoog consulteren over gerichte handelingssuggesties.

 

De speciale zorg binnen of buiten de groep

Wanneer blijkt dat een leerling extra hulp nodig heeft, kan besloten worden tot speciale zorg binnen of buiten de groep. De hulp wordt gegeven door de remedial teacher of de onderwijsassistente. De hulp wordt in eerste instantie zoveel mogelijk binnen de groep gegeven. Extra instructie wordt door de remedial teacher/onderwijsassistente gegeven. Indien het vooral om het aanbieden van veel oefening gaat, voert veelal de onderwijsassistente de speciale zorg uit. Wanneer het om gedragsproblemen gaat, begeleidt veelal de ambulant begeleider van cluster 4 de leerling.

De speciale zorg staat onder coördinatie van de interne begeleider. Dit dient planmatig te verlopen, wordt zo mogelijk aan meerdere leerlingen tegelijkertijd gegeven en draagt een tijdelijk karakter. De speciale zorg wordt in een hulpplan vastgelegd.

Zorgadviesteam (ZAT) / bovenschoolse hulp

Blijkt uit leerresultaten en/of observaties dat de genoemde extra en speciale zorg onvoldoende is, dan kan - uiteraard na overleg met de ouders - het kind besproken worden in het zorgteam. Dit zorgteam bestaat uit de zorgcoördinator van de school, een vertegenwoordiger van de schoolbegeleidingsdienst, van de GGD en van de Stichting Schuilplaats (maatschappelijk werk). Het zorgteam denkt met name mee wanneer er sprake is van een complexe situatie waarin meerdere problemen spelen. Een voorbeeld: er is sprake van achterblijvende leerresultaten, maar de leerling heeft ook een lichamelijk probleem. Tijdens het ZAT-overleg, dat vier keer per jaar plaatsvindt, wordt - na toestemming van de ouders - bepaald welke instantie zich bezig gaat houden met de problemen van de ingebrachte leerling. De zorgcoördinator richt zich vooral op leerproblemen en daarmee samenhangende gedragsproblemen. De GGD richt zich met name op het lichamelijk functioneren van de leerling en het maatschappelijk werk geeft adviezen betreffende specifieke problemen bij het opvoeden en opgroeien van een kind.

Wanneer er sprake is van enkelvoudige problematiek wordt - na toestemming van de ouders - rechtstreeks contact opgenomen met één van de genoemde hulpverlenings- instanties. In een aantal gevallen kan dat ertoe leiden om de leerling aan te melden bij het zorgloket van het samenwerkingsverband waarin de school participeert.

Het zorgloket kan diverse vormen van hulp inzetten:

  • een consultatie door de schoolbegeleider of de orthopedagoog;
  • inzet van de middelen van de commissie van onderzoek (schoolarts of maatschappelijk werker);
  • nader onderzoek door een orthopedagoog/psycholoog;
  • verwijzing naar een andere instelling (Eleos, maatschappelijk werk).

 

De bovengenoemde vormen van hulp kunnen leiden tot het opstellen van een handelingsplan. Een handelingsplan heeft dezelfde opbouw als een hulpplan, maar wordt vastgesteld in overleg tussen de ouders, de interne begeleider en een extern deskundige (meestal een medewerker van Driestar-Educatief). Het zorgloket beslist over de toewijzing van de ambulante begeleiding.

 

Indien de hierboven genoemde vormen van hulp niet tot het gewenste resultaat leiden, zal het zorgloket tot het besluit komen de ouders te adviseren de leerling aan te melden bij een basisschool voor speciaal onderwijs. De beide reformatorische scholen voor speciaal basisonderwijs van ons samenwerkingsverband staan in Zwolle, te weten de Eliëzerschool en de Obadjaschool. Wanneer u als ouder meent dat er voor uw kind dergelijke bovenschoolse hulp nodig is, of indien u nadrukkelijk wenst dat uw kind naar een school voor speciaal basisonderwijs gaat, terwijl de basisschool die mening niet deelt, kunt u zich ook zelfstandig tot dit zorgloket wenden. Uiteraard kan dit pas nadat u voldoende geprobeerd heeft met onze school tot overeenstemming te komen over de te volgen koers voor uw kind. U dient zich te wenden tot het secretariaat van het zorgloket. U kunt hier ook een folder aanvragen betreffende de werkwijze van dit zorgloket.

 

Leerlingen in achterstandsituaties

Onze school heeft te maken met een bovengemiddelde se-factor (gewichtenregeling). Via het gemeentelijk onderwijskansenplan wordt specifieke aandacht besteed aan de taalontwikkeling middels het project Boekenbas. Hiermee beogen wij de passieve en actieve beheersing van de woordenschat van de Nederlandse taal op jonge leeftijd te vergroten. Dit doel wordt tevens nagestreefd door het Verteltassenproject, dat we hebben voor de leerlingen van de groep 1 en 2 en hun ouders.

 

Nederlands als tweede taal

Tot op dit moment heeft onze school niet te maken gehad met leerlingen die Nederlands als tweede taal moeten leren. Indien zich een situatie voordoet waarin Nederlands als tweede taal aangeleerd moet worden, stellen wij ons in verbinding met onze schoolbegeleidings- dienst om een adequaat lesprogramma op te stellen.

 

Loket Noordoost

Onze school maakt deel uit van het reformatorisch samenwerkingsverband Berséba, regio Noordoost. Deze regio beschikt over een Loket (in het verleden heette dat PCL), waar school en ouders terecht kunnen voor adviezen en informatie voor wat betreft de juiste ondersteuning van zorgleerlingen. Ook kan de school bij het Loket een aanvraag indienen voor ambulante begeleiding, voor een psychologisch onderzoek of voor een toelaatbaarheidsverklaring voor sbo/so. Deze aanvraag wordt door de school gedaan, uiteraard na overleg met de ouder(s). De beide reformatorische speciale scholen voor basisonderwijs van ons samenwerkingsverband staan in Zwolle, te weten de Eliëzerschool en de Obadjaschool.

  1. de eerste plaats is onze school het aanspreekpunt voor u als ouder(s), ook als het gaat om de juiste ondersteuning van uw kind. Als ouders zich echter niet gehoord voelen door de school, kan men zich rechtstreeks wenden tot het Loket Noordoost: 06 – 22765151. Nadere informatie over het Loket Noordoost en de werkwijze ervan is te vinden op de site www.berseba.nl (regio Noordoost/loket).

 

Arrangementen

Aan uw kind kan soms een arrangement worden toegekend. Dit gebeurt als de gewenste ondersteuning daarom vraagt. Deze arrangementen zijn er in verschillende vorm. Soms kan een school er zelf in voorzien; soms is hierbij hulp van buitenaf noodzakelijk. Arrangementen die toegekend worden door het Loket Noordoost zijn: een psychologisch onderzoek, een toelaatbaarheidsverklaring voor het sbo/so of het toekennen van ambulante begeleiding vanuit de regio.

Andere arrangementen worden door de school aangevraagd/toegekend: inkoop van ambulante begeleiding vanuit cluster 1 (visuele problemen), cluster 2 (taalspraak problemen). Cluster 3 (lichamelijke- en verstandelijke handicap), cluster 4 (gedrag).

 

De visie op de integratie van kinderen met een handicap

Op onze school zijn binnen het toelatingsbeleid en in het kader van passend onderwijs, in principe alle kinderen welkom die behoren tot het voedingsgebied van de school. Wel wordt bij aanmelding bekeken of verwacht mag worden dat het team dit kind kan begeleiden zonder dat het kind of de andere kinderen daardoor te kort komen. Plaatsing van kinderen, die specifieke zorg en aandacht nodig hebben, hangt af van de mogelijkheden die er op school zijn.

Leerlingen met extra zorg en aandacht vallen onder speciale leerling begeleiding. Dit houdt in, dat wij accepteren dat leerlingen niet op dezelfde manier en in hetzelfde tempo leren. We gaan uit van verschillen tussen leerlingen bij het kiezen van onze leerinhouden en doelen waarbij verschillen in differentiecapaciteiten van leraren ook een rol spelen. Voordat tot plaatsing wordt besloten, wordt er een gesprek gehouden met alle betrokken instanties.

Wanneer tot plaatsing wordt besloten, moet namelijk duidelijk zijn dat

  • de leerkracht waarbij het kind wordt geplaatst extra tijd beschikbaar krijgt voor zaken als bijscholing en extra contacten met ouders, ambulant begeleider en andere instanties;
  • de extra formatie die wordt ontvangen voor dit kind goed benut kan worden;
  • de ouders en de leraar elkaar van goede informatie zullen voorzien;
  • de ouders gevraagd zal worden om bij te springen indien nodig;
  • de interne begeleider regelmatig bij het overleg over de leerling betrokken kan zijn.

 

Steeds opnieuw zal bekeken worden of er voor dit kind nog voldoende mogelijkheden op school zijn. Het kind moet namelijk nog een ontwikkeling doormaken en zich veilig voelen binnen de school. Is dit niet meer of onvoldoende het geval, dan zal verwijzing naar een regionaal expertisecentrum of een school voor speciaal onderwijs overwogen worden.

 

Passend onderwijs

Indien er leerlingen zijn met specifieke onderwijsbehoeften die hierboven niet nader omschreven zijn, wordt contact opgenomen met de schoolbegeleidingsdienst om in overleg te bekijken welke specifieke aanpassingen noodzakelijk zijn.

Advies voor verwijzing naar een speciale school voor basisonderwijs heeft alleen plaats na overleg met de ouders/verzorgers en een onderzoek door een extern deskundige.

Van iedere leerling die de school verlaat, wordt een onderwijskundig rapport opgesteld ten behoeve van de ontvangende school. Een afschrift van dit rapport wordt verstrekt aan de ouders van de desbetreffende leerling.  

Meer- en hoogbegaafdheid

Het onderwijs dient zoveel mogelijk ‘passend’ te zijn voor iedere leerling. Niet alleen die leerlingen die de leerstof moeilijk vinden, verdienen extra hulp, maar ook leerlingen die meer- en hoogbegaafd zijn. Vaak zijn deze leerlingen erbij gebaat een goede studiehouding te ontwikkelen. Dit willen we bereiken door hier – zowel binnen als buiten de klas – aandacht aan te besteden. Hiervoor is een meer- en hoogbegaafdheidscoördinator aangesteld. In het scholingsbeleid voor de leerkrachten heeft dit onderwerp dan ook een plaats gekregen.

 

4.5 De begeleiding van de overgang naar het voortgezet onderwijs

In het najaar adviseren we de ouders (zowel mondeling alsook schriftelijk) inzake het niveau van instroom binnen het voortgezet onderwijs. Het advies is gebaseerd op onder andere de leerresultaten in de afgelopen jaren, alsmede de uitslagen van de verschillende toetsen van het leerlingvolgsysteem.

Om te komen tot een zo juist mogelijk niveau van instroom in het voortgezet onderwijs, spelen – naast leerresultaten en toetsgegevens – ook de interesse, de inzet, de werkhouding, de zelfstandigheid en eventueel faalangst een rol. Voor 1 maart krijgt elke leerling in groep 8 een definitief vo-schooladvies. Dit schooladvies is leidend bij de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Naast die schooladvies komt er een zogenaamd ‘objectief tweede gegeven’ bij, in de vorm van het resultaat op de Centrale Eindtoets.

In januari houden de verschillende scholen van het voortgezet onderwijs in de regio ‘open huis’, zodat ouders en kinderen zich breed kunnen oriënteren op de schoolkeuze. De basisschool meldt, met instemming van de ouders, de leerling aan bij het vervolgonderwijs.

 

4.6 Jeugdgezondheidszorg

Uw kind bezoekt één van de scholen in het werkgebied van de afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD IJsselland te Zwolle. De Jeugdgezondheidszorg stelt zich ten doel om een gezonde groei en ontwikkeling van kinderen van 4 tot 19 jaar te bevorderen.

In de basisschoolperiode wordt uw kind enkele keren uitgenodigd voor een gezondheidsonderzoek.

als uw kind 5 of 6 jaar oud is

Dit onderzoek bestaat uit twee delen. De doktersassistente komt op school voor een ogen- en gehoortest. Op een later moment worden u en uw kind uitgenodigd op het consultatiebureau voor het tweede deel van het gezondheidsonderzoek (door de jeugdverpleegkundige).

als uw kind 10 of 11 jaar oud is

Tijdens dit onderzoek meet de doksterassistente op school de lengte en het gewicht van uw kind. U vult als ouder van tevoren een vragenlijst in en kunt hierin ook zelf vragen stellen; over groei, ontwikkeling, gedrag en opvoeding. De ggd neemt dan contact met u op.

als uw kind in groep 8 zit

In groep 8 komt de ggd op school om voorlichting te geven over een gezonde leefstijl

 

Zorg op maat

  • Bij problemen kunt u altijd vragen om een gesprek of een extra onderzoek.
  • Ook kan de jeugdverpleegkundige een bezoek aan huis brengen om met u dieper in te gaan op bepaalde onderwerpen.
  • Daarnaast hebben de jeugdverpleegkundige en de interne begeleider op school contact over leerlingen waar extra zorg nodig is.
  • De Jeugdgezondheidszorg werkt veel samen met de huisarts, schoolbegeleidingsdiensten, thuiszorginstellingen, Eléos, stichting Schuilplaats en het bureau Jeugdzorg Overijssel. Eventueel wordt u naar één van deze instanties doorverwezen.

 

Meldcode

Als wij op school een vermoeden hebben dat een leerling mogelijk slachtoffer is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, dan handelen we zoals beschreven staat in ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ zoals deze op school wordt gebruikt. Het team heeft op dit onderwerp scholing gevolgd.

4.7 Schoolbegeleidingsdienst

Onze school is aangesloten bij ‘Driestar-Educatief’. De schoolbegeleidingsdienst kan worden ingeroepen bij leerlingenonderzoek, leerlingen­bespreking en leerlingbegeleiding. Vooraf echter wordt in alle gevallen overleg gepleegd met de ouders. Daarnaast kan ‘Driestar-Educatief’ ingeschakeld worden bij de begeleiding van allerlei onderwijs­ondersteunende werkzaamheden. 

 

4.8 Wet Bescherming Persoonsgegevens

In verband met de Wet op de Bescherming van Persoonsgegevens (WBP) heeft ‘Driestar-Educatief’ een Reglement Verwerking Persoonsgegevens opgesteld. Dit reglement schrijft onder meer voor dat zonder schriftelijke toestemming van de ouders de schoolbegeleidingsdienst geen informatie mag vastleggen over leerlingen. Bij elke nieuw aangemelde leerling moeten de ouders/verzorgers een toestemmingsverklaring ondertekenen. Concreet houdt dit in, dat bij elke hulp van buitenaf ten behoeve van uw kind, uw instemming nodig is, ongeacht de aard van de hulpvraag.

 

4.9 Logopedie

Onze logopediste verleent op twee dagdelen per week hulp aan kinderen die problemen hebben met de taal- en spraakontwikkeling. Zij behandelt die kinderen die

  • een afwijkend mondgedrag hebben
  • een vertraagde spraak- taalontwikkeling hebben
  • stotteren
  • hees zijn

Een kind wordt in de maand dat het 5 jaar wordt, onderzocht op zijn logopedische en taalkundige ontwikkeling. Naar aanleiding van deze screening wordt bepaald welke kinderen in aanmerking komen voor logopedie en/of taalstimulering. Voor een behandeling begint, krijgt u hierover bericht.

 

4.10 Kinderfysiotherapie

De leerlingen van groep 2 worden door de kinderfysiotherapeut gescreend. Er wordt gekeken naar de onderdelen grove motoriek, balvaardigheid, handvaardigheid en herken- en natekenvaardigheden. Bij de grove motoriek wordt gekeken naar evenwicht, hinkelen, springen en een combinatie van bepaalde bewegingen. Bij balvaardigheden ligt de nadruk op het gooien, richten en vangen. Het onderdeel handvaardigheid probeert de potloodhantering in beeld te brengen evenals de handvoorkeur, potlooddruk, het sturen van het potlood en dergelijke. Herken- en natekenvaardigheden geven zicht op een stukje herkenning en wijze van natekenen van bepaalde figuren.

 

4.11 Sociale vaardigheden

Sommige kinderen hebben problemen op sociaal-emotioneel gebied. Ze zijn bijvoorbeeld niet weerbaar genoeg, hebben last van faalangst of kunnen niet omgaan met kritiek. Onze scholen kunnen hiervoor (via het Centrum Jeugd en Gezin) een sova-training aanbieden. De interne begeleider kan u over de training informatie geven en de aanmelding verzorgen.

In groep 1 en 2 is er ook extra ondersteuning voor sociale vaardigheden van het jonge kind mogelijk. In kleine groepjes worden leerlingen begeleid volgens een gestructureerde aanpak om beter te leren omgaan met elkaar.

 

4.12 School Video Interactiebegeleiding

Binnen de Doornveldschool wordt gebruikt gemaakt van School Video Interactie Begeleiding (SVIB). SVIB is een manier om met behulp van video-opnames te werken aan de optimalisering van het opvoedkundig klimaat en het onderwijskundig proces binnen de school. Dat houdt in dat er in de verschillende groepen, maar ook in de speelsituaties op het plein, opnames kunnen worden gemaakt die later gebruikt zullen worden in coachgesprekken. SVIB geeft de leerkrachten letterlijk zicht op het functioneren van en in de groep. De camera verheldert de situatie in de klas, omdat deze een objectieve weergave van de feiten mogelijk maakt. Vanuit de beelden komt men gemakkelijker tot eenduidig overleg. 

4.13 Centrum voor Jeugd en Gezin Staphorst

Het CJG-team Staphorst kan u advies en/of hulp bieden als u vragen hebt over voeding, gezondheid of de ontwikkeling van uw kind. Dit kan in de vorm van mondelinge adviezen, cursussen en hulp. Ook kinderen en jongeren kunnen bij Centrum voor Jeugd en Gezin terecht met vragen. Het CJG-team bestaat uit de volgende ketenpartners: Carinova (wijkverpleegkundigen), een jeugdverpleegkundige van de GGD en een maatschappelijk werkster in dienst van Carinova of Stichting Schuilplaats.

Het Centrum voor jeugd en gezin is er voor (aanstaande) ouders, verzorgers, kinderen en professionals. U kunt rechtstreeks contact opnemen met het CJG, maar u kunt zich ook melden via de interne begeleider van de school. Iedere school heeft namelijk een loketfunctie voor het CJG. De ib-er van de school zorgt dan voor verder contact met het CJG.

 

4.14 Buitenschoolse activiteiten voor kinderen

Schoolreis

Voor de groepen 6 t/m 8 wordt er jaarlijks een schoolreis georganiseerd. Het reisdoel wordt tijdig bekend gemaakt. De kosten zijn opgenomen in de jaarlijkse ouderbijdrage.

Prinsjesdag

Met de leerlingen van groep 8 van de Scholen met de Bijbel brengen we op de derde dinsdag in september een educatief bezoek aan Den Haag.

Excursies

Er worden jaarlijks verschillende gastlessen verzorgd en activiteiten/excursies georganiseerd in het kader van cultuur- en erfgoededucatie. Groep 5 bezoekt het plaatselijke museum. De leerlingen van groep 8 brengen jaarlijks een educatief bezoek aan de Zwolse synagoge en aan het voormalig Kamp Westerbork met het daarbij gelegen herinneringscentrum.

 

Wettelijke aansprakelijkheid

De school is niet verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid.

560